Verslagen Toer

Naar het verslagenoverzicht

Den Helder-Lüdenscheid-Den Helder

vrijdag, 30 september 1983

Bij een stralende ochtendzon gaan we de tocht van ons leven uitzetten. Onze fietsen zijn in superconditie, en dat moet wel anders krijg je problemen. Via Enkhuizen-Lelystad-Harderwijk wordt er buiten Lelystad al door mij van kleding gewisseld, want de temperatuur loopt flink op: 28 graden...

Na Harderwijk naar Hoenderloo, dwars over de Hoge Veluwe. Nog heter hier. Hier nemen we dan ook ons bekende 'broodjesspeciaal'. Vraag niet wat erop zit. (complimenten voor moeders) Zijn het niet de wespen die het al geroken hebben? Met sprongen van een haas en klappen van een paard blaas ik dan ook al snel de aftocht, gevolgd door m'n 'begeleider'. Via Apeldoorn-Arnhem-Nijmegen komen we bij de zachte 'g'. Het dorpscafé heeft onmiddellijk verse koffie. Dorst als paarden vliegen er zo vier bakkies per persoon door de keel. In een gezellige babbel met de herbergier horen we dat we niet zo ver meer hoeven, maar ik durf het toch niet aan zo'n kouwe rakker te vatten...

Bij het 'tot ziens' springen de tranen me zowat in de ogen. 'Nog zo'n rotstukkie', denk ik. En dan de grens: 'Niets aan te geven?'. Doorrijden. En zo komen we in Kleef aan waar onze eerste dag erop zit. 238 kilometer volbracht, zonder pech en bloedheet, zo'n dertig graden. En dorst als een paard...

 De jeugdherberg ziet er pico bello uit en ligt op een zeer steile berg. Omdat mijn versnelling op het verkeerde blad staat is schakelen niet meer mogelijk en ik moet afstappen. Met het zien van de chef des huizes worden de contacten geregeld voor het grote gebeuren, maar er moet nog wel wat veranderd worden... Na de warme maltijd denken we een lekker koude pot te versieren, maar dat kunnen we wel vergeten: in de jeugdherberg géén bier!Dan maar op verkenning. Na een kwartier lopen is er eindelijk iets open. Het is maandag...en eindelijk kunnen we onze dorst lessen. En wat zijn ze lekker... Als de slaap aanstalten maakt, kruipen we de wieg in. En weg zijn we, mijlenver weg.

De tweede dag.

We gaan te laat weg. Het is 8.30 uur. Via Kleef - Kalkar - Xanten en Wesel, waar we onze eerste 'kanne kaffee' gebruiken. Ook hier wordt contact geregeld voor de grote karavaan: alles 'in ordnung'. Wesel-Dorsten, niet mooi om te fietsen, maar willen we opschieten dan moet het wel. Toch lassen we nog een omweggetje in. Dat gaat prima, tot we op een vuilnisbelt uitkomen. Gieren van de lach en terug natuurlijk. Maar waar zitten we nu eigenlijk? We weten het niet meer. Na een grote omweg komen we in Dorsten, dan richting  Marl-Lenkerbeck. Hier krijgen we knap honger en bij het zien van de warme keuken, moeten we wel, want de kracht is eruit. Na de bekende 'bratwurst', halve liter, ijs en koffie trekken we verder via Oer-Erkenswick, Holzschwicke en dan moeten we volgens de kaart nog een klein stukje, maar bij het beklimmen van de eerste grote berg wordt het toch al gauw anders. 'Stomen, blazen, puffen. De bekende hamer die hard aankomt. Eenmaal boven op de berg gaat het naar beneden. Oppassen geblazen en terecht want je valt als een steen naar beneden. Daar komt nog bij dat je zwaar beladen bent. Het gewicht drukt aardig door. De teller kan het niet meer verwerken! Stoppen met die geintjes, maar bij het zien van stoplichten in de verte, ben ik al te laat!  Gewoon niet meer doen dus. Loek zei al: 'du bist verrückt!'. Na een rustig keerpunt slaat het noodlot toe: waar de jeugdherberg had moet zijn, is ie er niet meer!  Dan zakt je de moed in de schoenen. We weten het gewoon niet meer. Plotseling stopt er een auto. 'Hallo, waar moeten jullie naar toe? '. Na tekst en uitleg wil deze heer ons wel terugbrengen naar Altena of Lüdenscheid. Ik snap er geen barst van: een Duitse auto waarvan de bestuurder Nederlands spreekt, maar we komen er al gauw achter: hij is met een Nederlandse getrouwd. De heer brengt ons keurig naar ons hotel 'Hohen Limburger Hof'waar we gedrieën een lekker pilsje drinken. Bij het 'auf wiedersehen und gute fahrt' bellen we nog vlug even naar huis. Alles in orde. Vlug gedoucht en, na 200 kilometer, naar bed.

De volgende morgen

Vroeg uit de veren. We zijn weer fit. Allen constateer ik een blaar op mijn zitvlak, precies op dezelfde plek als twee jaar terug. Maar daar denk je niet aan, doorkarren, op weg naar Lüdenscheid, via Schwerte, Ergste, Leimathe, Altena en Wedohl. Dit is ons laatste stukje. 30 kilometer bergje op , bergje af en dan dat natuurgebied in Sauerland! Eindeloos, langs rivieren , meren en kastelen en ga zo maar door. De laatste aanloop - ik ken 'm al, één eindeloos lang vals plat dat steeds steiler gaat. 'Er komt geen eind aan', denkt Loek 'tot je opeens af moet slaan'... Ik begin al te glunderen. Heerlijk, we hebben het 'm geflikt. Het stadsplein is bezet met de grote markt. Een heerlijk gezicht al die bonte kleuren en waterfonteinen. We worstelen ons erdoor. 'Op naar de krant, Loek', roep ik. 'Moet dat nou', antwoordt hij. 'Guten Morgen, is de chef aanwezig? '. Ik had hem al gezien, maar met een bandzakdoek om je hoofd, een zonnebril op en knap zwartgebrand , zie je er natuurlijk uit als een zigeuner. 'Nee maar, da kommt meine Freund aus Holland', roept Will, de chef van de krant.  ' Wie geht es? '. En zo verder.  Met verse koffie en aan een bureau vol met papieren orden we geïnterviewd en daarna gaat het op de foto voor de krant. Daarna besluiten we naar 'Hilda zum Markt' te gaan. De heer Reinhard van het gemeentebestuur komt ook nog aangelopen en met de bekende felicitatie wordt er opnieuw geproost. Zo de zaken kunnen geregeld worden en na alles doorgenomen te hebben zijn we tot zover dik tevreden. Alles verloopt naar wens. Na het verkrijgen van stickers, posters en een handdruk verlaten we het gemeentebestuur. Lüdenscheid 1983 wordt vervolgd.

Hierna besluiten we, alvorens de terugtocht te aanvaarden, een heerlijke maaltijd te nuttigen. Bij Hilda op de markt kun je vreselijk lekker eten. Dat wist ik nog van twee jaar geleden. Dus hier vr.... we onze buikjes nog even lekker rond. Zalig.

Nu zijn we klaar voor ons laatste karwei. Willy, van de krant, weet voor ons een speciale route, die we beslist moeten nemen. Nou een mooiere route bestaat er volgens ook niet, een 'waldweg', oftewel een sluipweg. Deze is knap lastig, maar ja dat kan er ook nog wel bij.

Na een verkeerde afslag donder ik naar beneden. Ik heb al gauw in de gaten dat we verkeerd zitten. Stop en terug. Vergeet 't maar: 20% stijging. Dat wordt dus lopen...Helemaal 'ausgepoeft' komen we boven. Nu is het wel opletten geblazen want dit moet geen tweede keer gebeuren. Wat een natuurschoon!  Twee en een half uur over dertig kilometer; dan weet je het wel. Zo komen we in Hagen waar we de weg moeten vragen. 't Valt gelukkig allemaal mee. De planning is hier te overnachten, in de jeugdherberg , maar het pakt anders uit. Bij het zien van het bord Schwelm beginnen mijn benen te kriebelen. Dat kan kloppen, want daar wonen kennissen van me en we besluiten door te fietsen. Nog twintig kilometer!

Gekke Hollanders

In de stad Hagen raak ik Loek kwijt. PVD, waar zit die knakker? Is er iets gebeurd? Ik weer terug, zit ie klem tussen twee auto's. Na een paar stoplichten en wat tunnels komen we in voor mij bekend terrein en dan is het een fluitje van een cent.

Barry de hond zit al op ons te wachten. Met het bekende geblaf wordt hij helemaal nerveus. En hij heeft me al herkend. De voordeur gaat open en twee blije mensen bespringen me. Met een ferme kus en lik is iedereen weer blij. 'Die verrückte Holländer' noemen ze ons.

Na een lekker douche fietst de koffietafel er best in. Na een gezellige babbel en de bekende oude koeien, besluiten we nog en bergwandeling te maken. Ook Loek vindt het uitzicht prachtig. Van twee kanten kun je nu zien dat er flink geklommen moest worden. Maar ja, dat weten we nu wel. Na thuiskomst het bekende slaapmutsje, waarna we snel de wieg opzoeken. We willen namelijk vroeg vertrekken morgen

Het is er zo stil dat je denkt je te verslapen. Na een meesterlijk ontbijt verrekken we om 7.30 uur uit Schwelm. 'Fijne mensen', roept Loek en voordat hij het in de gaten heeft zitten we op de rottigste klim van 20%. Dat is teveel op je Frühstück dus afstappen geblazen. De andere kant bevalt ons beter. Met zo'n zestig in het uur gaat het naar beneden, maar ook gelijk weer omhoog. Over de volgende berg gaat het mis: dikke nevel; uitkijken geblazen.  Zo komen we in Bochum-Herne, een rotplaats om door te komen. 'Umleitung!' We blijven draaien...Dan maar even vragen, dat is dan het beste wat je kunt doen. Hierna gaat het richting Gelsenkirchen. Daar staat me toch een knots van een kermis! Ongelooflijk, zeker twee kilometer lang en dat dan ook nog eens in de breedte. Plus een superrad van een paar honderd meter.

Langzaam komen we weer in vlak terrein. Van Dorsten naar de Nederlandse grens en bij Genderingen is de grens. Hier wordt ons halt toegeroepen door de douane en of we iets aan te geven hebben. We willen overnachten in de omgeving van Apeldoorn en dus gaat het via Doesburg en Dieren naar Apeldoorn. Daar zitten we weer te klooien! Gelijk maar weer vragen. Na nog een stukje gefietst te hebben komen we bij een bordje 'Harderwijk'. En ik vraag Loek: 'Wat zullen we? '. Eerst en pak melk kopen, tanken en op naar Harderwijk...De flesjes worden gevuld bij een tankstation waar we te maken krijgen met een irritante pompbediende. Het bevalt hem namelijk niet dat we zo maar aan zijn kraan zitten te lurken. Op mijn vraag of hij ook ijs verkoopt, antwoordt hij ontkennend. 'Gelukkig niet'. Ik kan dat mannetje wel òm die pomp frommelen, zo werkt hij op mijn zenuwen. Ik word er kriegel van. Gelukkig, eindelijk Harderwijk. We hebben 200 kilometer afgelegd. Tijd voor een hotel, een bak koffie en een hapje. 's Avonds gaan we nog even de boulevard op, knoertgezellig; wat een toeristenplaats, ongelooflijk. We hebben er even flink 'nageblust'.

Dak op

Het laatste rukkie van 120 kilometer kan niet meer stuk. We ruiken Den Helder. 's Avonds bellen we nog even met thuis, waar alles oké is. 'Nou schat, tot morgen dan, zo tussen een en twee uur in de middag'. Met de laatste woorden 'wat gaat het allemaal uitstekend, hè', willen we vlug naar bed. Wat blijkt? Het hotel zit op slot!Maar we hebben toch een sleutel? Ik snap er niks van. Achterom dan maar. Ook alles op slot. Loek zegt: 'ik ga het dak wel op'. Ik zie dat gelijk voor me. Tigchelaar aan het klauteren en benden de politie met schijnwerpers om de boef in te rekenen. Bij de gedachte gier ik van de lach. Nog maar eens proberen met die sleutel? Ja, warempel, het lukt. Iets teveel op? Met nog de slappe lach, meldt het zandmannetje zich.

Met een paar kraaienpoten breekt de laatste dag aan. Na het laatste ontbijt van deze trip, gaat het richting Lelystad. De vorige keer hebben we redelijk moeilijkheden met een wegopbreking, maar deze keer hebben we het vlug onder de knie. Dan de dijk over. Een heerlijk gevoel met die zuidwestenwind: half voor, half tegen. We wisselen om de kilometer van kop. De koffie in Enkhuizen ruiken we al op afstand en met de bekende stempel in het toerboekje gaat het huiswaarts. De wind begint dan aardig te blazen, maar we hoeven gelukkig niet zo ver mee. Daar staat het clubhuis! Zou ome Piet er nog zijn? Maar nee hoor, het Helders Weekblad is ook al weg. Met de woorden: 'als we thuis zijn gaan we eerst lekker douchen en alles nog eens lekker over ons heen laten komen', nemen we afscheid. Het is niet te geloven: 950 kilometer in vier en een halve dag en niet één lekke band! 'Oh, fietsie wat ben ik trots op je, ik kan je wel zoenen! '.

(Gerard van Stipriaan en Loek Tigchelaar)