Wognumtocht 2 september 2018.

Door de geografische positie van Den Helder is het voor ons niet mogelijk om in alle vier de windstreken uit te rijden  en blijft de keuze beperkt tot naar het zuiden of zuidoosten te gaan. Een enkele keer per jaar wordt het eiland Texel bezocht. Vandaag de “Wognumtocht”, een toertocht van 120 kilometer met de koffiestop bij café Stam In Wognum.
De zon schijnt en er waait een zwakke oostelijke wind. De stemming op deze mooie zondagochtend is uitstekend.

Na het gebruikelijke welkomwoord van de dienstdoende wegkapitein, waarin hij een globale beschrijving van de tocht geeft en tevens vraagt  vooral op ons aller veiligheid te letten  en de verkeersregels in acht te nemen, vertrekt de groep bestaande uit drie vrouwen  en negen mannen in zuidelijke richting.

De Kooybrug over het Noordhollandsch Kanaal  wordt beklommen  en de nieuwe koers is  naar het dorp Van Ewijcksluis.

Van Ewijcksluis ligt in het noorden van de Anna-Paulownapolder, op de rand van de Waddenzee en het Amstelmeer. De geschiedenis van dit dorp leert ons dat de woonkern is ontstaan bij de sluis, tussen het Lage Oude Veer en het toenmalige Amsteldiep.
Tegenwoordig zijn er meerdere sluizen en er ligt ook een gemaal, het voor ons bekende witte gebouw aan de rand van het dorp.
Naar verluidt, heeft het dorp haar naam te danken aan een gouverneur van de Koning die betrokken was bij de inpoldering van de  Anna-Paulownapolder met de naam Daniél Jacob van Ewijck van Oostbroek van de Bilt. Van Ewijcksluis heeft een eigen haven en in de tijd dat Wieringen nog een eiland was voer van hieruit een veerboot naar De Haukes, een haventje aan de zuidwestzijde van Wieringen.

Vanaf de rotonde bij Van Ewijcksluis en via het brede fietspad langs de Amsteldiepdijk, die in de volksmond  “de korte Afsluitdijk” wordt genoemd, bereiken we het voormalige eiland Wieringen. We rijden langs camping Zeezicht en via de Noorderbuurt naar Hippolytushoef waar we aan de rand van het dorp afslaan richting Waddenzeedijk. Via  landelijke wegen  en de buurten Noordstroe, Stroe en Smerp  bereiken we Den Oever, de vissershaven  van Wieringen.

Den Oever heeft naast de vissershaven grote vishallen waar de vis, maar vooral garnalen, wordt verhandeld. Eens paar jaar in de maand augustus vinden  de Flora- en visserijdagen plaats die steeds weer een groot festijn zijn.  Hoogtepunt is op maandag de vlootschouw waaraan alle Wieringer vaartuigen deelnemen en waarop toeristen kunnen meevaren. Bij Den Oever begint ook de Afsluitdijk, de dijk die de verbinding vormt met Friesland en bescherming biedt tegen de Waddenzee.

Wij passeren Den Oever aan de zuidkant en volgen de fietsroute LF21 naar het Robbenoordbos.

In het Robbenoordbos werden de eerste bomen al geplant tussen 1934 en 1941. Het bos werd opnieuw aangeplant  samen met het Dijkgatbos, na een door de terugtrekkende Duitse bezetters  veroorzaakte dijkdoorbraak in 1945 en het hierna leegpompen van de Wieringermeer door de gemalen Lely en Leemans.

De LF 21 volgend en over een stukje onverhard pad van ca. 300 meter  rijden we het Robbenoordbos in en volgen de geasfalteerde fietsroute.
Aan het eind van het fietspad zoeken wij de IJsselmeerdijk  op en volgen de weg in de zuidelijke richting naar Medemblik.
Hemelsbreed passeren we het dorp Kreileroord aan haar oostkant.

De plaatsnaam Kreileroord is een duidelijke verwijzing naar het Creiler Woud.  Een woud dat daar ooit heeft gestaan.

Medemblik, bij velen van ons bekend van eerdere fietstochten, waarbij koffie werd gedronken in het café bij de brug en waarbij de koffie vergezeld gaat van een “neutje” met een romig hoedje, passeren we aan de noordkant.

Medemblik is de oudste stad van West Friesland die in 1289 haar stadsrechten van graaf Floris V kreeg, die in die tijd West-Friesland definitief aan zijn grafelijk gezag had onderworpen. Het station van Medemblik is de basis van de museumstoomtreinlijn Medemblik-Hoorn.
Ten zuiden van Medemblik staat het Nederlands Stoommachine museum waarbij ons lid Wim Grim vrijwilliger is.

Wij verlaten de LF 21 en gaan via Opperdoes naar Twisk.

Opperdoes is een oud dorp dat in de 11e eeuw al vermeld wordt. Het dorp is tegenwoordig bekend door de lokale soort aardappel, de Opperdoezer Ronde. Deze aardappel wordt geteeld op de zavelgronden rond het dorp en in de Wieringermeer.

We naderen het voormalige lintdorp Twisk en van afstand zien we het oude, in het oog springende treinstation.

Het stationsgebouw is een laag langwerpig gebouw, dat werd geopend op 3 november 1887 en buiten gebruik werd gesteld op 5 januari 1941. Het bekende  oude treinstation van Twisk ligt aan de lijn Hoorn-Medemblik, die tegenwoordig een museumlijn is van de stoomtrein.

Via Broerdijk, Midwoud en Nibbixwoud rijden we naar Wognum voor de koffiepauze bij café Stam.
Familiebedrijf Stam, met haar zalencomplex, café en snackbar, schenkt een prima kop koffie met heerlijke appelgebak. Onze kilometerteller geeft een afgelegde weg van 62  kilometer aan.

DOK-Toer is neergestreken bij café Stam in Wognum.

 

Broerdijk is een buurtschap en zoals de naam al aangeeft ook een dijk. In Broerdijk is het landelijk bekende vogel- en egelopvangcentrum “De Bonte Piet” gevestigd.  

Midwoud komt in 1396 voor als Middenwoude en in 1481 als Mitwoude.  De naam zou verwijzen naar het feit dat het in een bos was gelegen tussen Oostwoud en Westwoud. Van het bos is niets meer over. In Nibbixwoud was in de 15e eeuw een groot deel van de bewoners afhankelijk van de visvangst en het is aannemelijk dat dit de reden is dat het wapen van Nibbixwoud  drie baarzen toont.

Wognum is een oude plaats gelegen op de oever van een oude stroomgeul en zou rond 900 zijn ontstaan. Archeologische vondsten wijzen er op dat het gebied ook rond de Bronstijd al bewoond was.

De koffietijd is na een klein uur verstreken en de fietsfauteuils worden weer beklommen. Wadway en Spanbroek zijn de volgende routepunten. Om Wadway te bereiken werd eerst nog een op een rotonde te vroeg afgeslagen zodat er een extra rondje rotonde  volgde. Gelukkig zijn er ter plaatse bekenden in de groep die er op attenderen dat op de volgende rotonde de afslag Wadway genomen kan worden. Na Spanbroek bereiken we Opmeer en de buurten  Zandwerven, Beekmeer en Frik. Hier ligt het dicht bij elkaar en de richting is noordelijk geworden. Ook is de oost-zuid-oosten wind via het oosten naar het noordoosten aan het draaien en krijgen we de wind wisselend voor, van opzij en schuin tegen.
Om het kruispunt ”Het Verlaat” te bereiken, waar een drukke provinciale weg moet worden omzeild gaat het vizier op Oude- Niedorp.

Wadway. Hiervan is de naam een samenstelling van Wad (doorwaadbare plaats) en way (weide).Wadway is landelijk bekend bij theaterliefhebber om haar  Theaterkerk.

In Spanbroek staat de poldermolen “Westerveer”. Deze molen uit 1873 aan de Zomerdijk was de laatste poldermolen op windkracht die de polder Westerveer bemaalde.

Het Verlaat met haar mooie fietspaden wordt moeiteloos gepasseerd en met een bocht rijden we richting De Weel over de parallelweg aan de westkant van de provinciale weg. Via de “Weelerbrug” wordt Waarland ruim bovenlangs gepasseerd en we houden Zijdewind aan onze rechterkant waarna het kompas west voor gaat aangeven.

Waarland betekent laagland. Het geheel bestond uit eilandjes en meren waardoor een jarenlange strijd tegen het water. Meren met de namen De Slootgaard, de Bleekmeer, de Schaapskuilmeer, de Speketer, de Koetenburg en het Koog, werden alle drooggelegd. De Waarlandpolder is in 1575 met een van de eerste watermolens drooggelegd.

Wanneer Dirkshorn op de richtingsborden verschijnt komen we op meer bekend terrein omdat de deelnemers die ook  op weekdagen fietsen (FOM; FOW; FOV) deze wegen goed kennen. We passeren het meertje ten oosten van Dirkshorn, steken de N 245 over, toeren langs de golfbaan naar Groenveld, waar de paardentrainers zeker een vrije dag hebben want er is geen draver voor de sulky te zien. Dit keer niet rechtsaf naar de Tolkerdijk,  maar linksaf naar Stroet en Sint Maarten.

Dijkdoorbraken in de dijken in de omgeving van Sint Maarten zijn de oorzaak dat diverse kleine meertjes zijn ontstaan met een grote diepte. Deze meertjes die men “wielen” noemt waren te diep om leeg te malen of te dempen. Er werd een nieuw stuk dijk om het ontstane gat gelegd.

We rijden rustig door het westelijk gedeelte van Sint Maarten ( in het dorp is kermis dus veel verkeer) en draaien de Westfriese Omringdijk op en zien ons volgende routepunt het dorp Schagerbrug ten noordwesten van ons al liggen.

De Westfriese Omringdijk is een 126 km lange dijk, die is ontstaan door koppeling van verschillende korte dijken in West-Friesland. De dijk loopt via de steden Enkhuizen, Hoor, Alkmaar, Schagen, Medemblik en opnieuw Enkhuizen.

Door Schagerbrug ( dat vlak na de drooglegging van de polder Zijpe is ontstaan) houden we  het water De Grote Sloot aan onze rechterkant en steken  we via de brug het kanaal Stolpen-Schagen en de naast het kanaal liggende weg over. Richting Stolperbrug over het Noord-Hollandskanaal maar voor de brug rechtsaf is de opdracht aan de fietsers op de eerste rij. De parallelweg volgen en het aansluitende fietspad tot het dorp ’t Zand wordt bereikt.

Het dorp ’t Zand heeft haar naam ontleend aan een toenmalige herberg met de naam ’t Zand. Het plaatsje groeide uit tot een dorp na de aanleg van het Noordhollandsch Kanaal rond 1824.

We rijden over de vlotbrug  en het N9 viaduct  en kunnen van hier “de stal bijna ruiken”. Nog ca. 12 km en we weten de exacte afstand die we hebben afgelegd. Voor 14.00 uur zijn we weer terug in Den Helder en kan onze  dorst gelest in de kantine waarmee de Wognumtocht 2018 wordt afgesloten.

Met dank aan de mede “voorrijdsters”  Bertha Visser en Ria Kos en de periodieke windvangers Anne, Jan, Gerard en Annemiek.

Fred Veer.

Bron: Wikipedia.